Sunday, April 23, 2006

Vervoer in een bord spaghetti


Het openbaar vervoer is indrukwekkend goed uitgebouwd. Een kluwen van bussen, treinen, en zelfs monorails. En daar nog het metronetwerk in Groot Tokyo bij. Je kan dus vlot overal geraken.... op voorwaarde dat je Japans kent. Met andere woorden, ik werd reeds achterna gezeten door het spookbeeld dat ik hier mijn weekends in ‘Hello Kitty’ van naast de deur, ging moeten doorbrengen, een hoogcommercieel pretpark rond het thema van een musti-achtig poesje. En ik had reden tot het verzinnen van een dergelijk doemscenario…

Vrijdagavond was mijn eerste kennismaking met de meutevervoertuigen: met Nathan ging ik iets eten in de omgeving van Shinjuku station. Een uur sporen met 1 overstap. Wel dienden we de ultrarapid express plus met vleugelkes (of zoiets) te nemen, zodat er zo weinig mogelijk tussenstations werden genomen. Om maar te zeggen: er bestaan veel smaken en kleuren in die treinen. Om dan nog maar te zwijgen over de namen van de stations: Nakano-Shimbashi, Akabenebashi, Shin-Okachimachi, Honancho, … Mijn tong ligt nog niet in een knoop, maar mijn geheugen des te meer…
Twee miljoen klanten moet je verdienen, iedere dag. De slogan van een warenhuisketen van bij ons. En dat is tevens het aantal personen dat dagelijks passeert door het Shinjuku station. Twee keer de bevolking van Brussel. In 1 station. De aorta van het openbaar vervoer. Het drukste station ter wereld. Dus ja, er was veel volk. En ja, ik was volledig maar dan ook volledig gedesorienteerd. Zelfs Nathan gaf toe dat hij er na 4.5 jaar nog niet vlot de weg kende. En hij kent Japans!

En dan het terugkeren tegen middernacht. Op mijn eentje. Met de laatste trein. Toen ik dacht dat er geen volk meer bij kon, propten er zich nog een paar dozijn in mijn wagon. Het schijnt trouwens dat de mensen van het spoor tijdens de spitsuren de mensen letterlijk in de trein persen. Manman, wat was ik toen blij dat ik met kop en schouder boven zowat iedereen uitstak: ademruimte! Het enige voordeel van een eivolle trein is dat je je nergens moet vasthouden: je zit muurvast geklemd tussen een stuk of tien al dan niet dronken Japanners.
En ondertussen diende ik me te concentreren op wat de conducteur door de luidsprekers brabbelde: wanneer hij “Tama” vermeldde in het betoog dat hij voor iedere halte hield, moest ik uitstappen. En niet vergeten te bukken, want de deuren zijn, evenals de vasthoud-hendels binnen de trein, niet voorzien op witneuzen groter dan 1.75m. Proefondervindelijk getest… helaas…

‘s Nachts in mijn bed wist ik echt niet hoe ik dit in’t vervolg op mijn eentje kon klaren… De metrolijnen van Tokyo lijken echt op een groot bord spaghetti, en dat gaf me op voorhand al een indigestie: indien alles daar ook in het Japans te doen was, kon ik maar beter voldoende proviand meenemen en een bivak voorzien iedere keer ik richting Tokyo wilde gaan…



0 Comments:

Post a Comment

<< Home