Meet the crazy. Meet the cavers!
Internet is your friend! Zoek op “speleo” en “Tokyo” en je wordt uitgenodigd op de vergadering van één van de 30 speleoclubs van de in totaal 250 speleo's, die Japan rijk is. 250 op 120 miljoen mensen. You do the math.
Het voorafgaand emailcontact verliep via Satoshi. Satoshi bleek actief in de software-business. Die zal dus wel veel verlof hebben, dacht ik. En ja: Brazilië, China, Griekenland, Frankrijk, Spanje, Indonesië, Nieuw-Zeeland… ja zelfs België had hij enkele jaren geleden ondergronds bezocht, met één of andere Libanese Fadi die toen in Leuven verbleef. Hij kent dus Spekul, mijn speleoclub! Was dit het veelbelovend voorteken en zou Satoshi als maatstaf gaan gelden voor de Tokyo Caving Club?!
De vergadering ging door in de “Renoir”, een café met vergaderzalen die per uur worden verhuurd, gelegen in de roze neonbuurt van Tokyo. Ik denk dat ik, op weg naar de vergadering, een stuk of 10 keer “No” heb geantwoord op de vraag van de telkens weer zwarte portiers: “Hello mister, looking for some fun?”. Onze Afrikaanse medemens krijgt klaarblijkelijk een zeer specifieke rol toebedeeld in Japan. Voor de geinteresseerden: de prijzen, geafficheerd als betrof het een dagmenu, liggen tussen de 7.000 en 10.000 Yen, maar geen idee wat je dan op je bord krijgt…
Maar ik dwaal af. Ce sont des fous. Ja, dat was mijn eerste indruk. En globetrotters! Vorig jaar hadden ze met vijf man de Gouffre Berger gedaan, een minduizender in Frankrijk, die sommigen als “klassieker der klassiekers” bestempelen. In 1 ruk met alle materiaal afdalen en iedere keer op een diepere plaats blijven slapen. Op 4 dagen (en 3 nachten) was de klus geklaard. “But it was very though”. Ja, gelukkig maar. Een club met supermancavers wil ik niet!
En dan was er Hiromasa, een beginnend speleo. Zijn visitekaartje luidde “Himalayan cyclist”. Fietste ’s winters bij -50 graden op de Siberische toendra. “Tuurlijk, want ’s zomers is het er drassig”, argumenteerde hij. En, “Natuurlijk traverseer je om dezelfde reden het Baikal-meer in de winter met diezelfde tweewieler…”. Ik kon alleen maar ja knikken. Dat hij nog 2 jaar in China had gewerkt, onder andere als journalist voor een wielermagazine, vond ik dan maar een fait divers.
Een ander speleolid was een paar jaar geleden op en in de Elbrus gaan klimmen en ijsgrotten. Hij was ook een beginnend grot-duiker. In Mexico en Indonesië was dat logistiek eenvoudig, vertrouwde hij me toe, aangezien een aantal grotten daar volledig blank staan. Dan was er nog een oudere speleo die zich specialiseerde in grotbeestjes en al een paar nieuwe specimens in de Filippijnen op zijn naam had staan. Hij leidde me na de vergadering en het uit-gaan-eten-met-de-hele-bende-ongeregeld naar het station, zodat ik nog net op tijd de allerlaatste trein kon pakken.
Het enige vrouwelijke speleolid had in Vancouver gestudeerd en was de ganse USA met de wagen rondgetrokken. Dus met haar kon ik al direct wat babbelen over Californië…
Hun volgende expeditie is richting Korea: daar liggen de grotten voor het rapen, aangezien Koreanen nog maar net de speleologie ontdekken. Ofwel reizen Japanners totaal niet, ofwel overdrijven ze in de andere richting. En ik die dacht dat ze in dit land vol traditie en cultuur een gulden middenweg zochten…
No, 1.95m en about 3 months. De antwoorden op de locale vragentopdrie: areyoumarried, howtallareyou en howlongwillyoustay. Zelfs in de Tokyo Speleoclub wilden ze dat van me weten. Maar daarna kwamen de speleovragen. Gelukkig had ik een troefkaart, die Spaanse grot. Daarmee kreeg ik ze toch wel (even) stil. Elk op zijn beurt, dacht ik bij mezelf. Het ziet er echt een veelbelovende bende uit. Met gekheidsgraad van minstens 8,9 op de schaal van Richter.
Japan heeft grotten, zij het niet in Tokyo’s achtertuin. Met een ruime -400m als dieptepunt. 21 mei wordt mijn eerste grotdag, dus ik heb nog 9 dagen om kledij op mijn maat te vinden. Gordel en helm zijn gelukkig geen probleem. En het weekend daarna wordt het “fun caving”: iets zoals de Gournier (ondergrondse rivier in Frankrijk) zeiden ze me. De film die ze er een paar maand geleden hadden gemaakt, zag er in ieder geval veelbelovend uit. Het is een uitgebreide grot, dus we vertrekken de vrijdagnacht en komen de zondagnacht terug. En in juni gaan we misschien de lava-ijsgrotten rond de Fuji-berg bezoeken (en dan kan ik die ineens beklimmen!).
Ik heb gisteren een pak mogelijkheden gehoord. Ik kan ze nooit allemaal realiseren, maar de gedachte alleen al, dat ze binnen handbereik zijn, gaf me de vibes! Het is duidelijk, Japanse speleo’s leven niet op een eiland. Maar op een (gekke) planeet.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home