Wednesday, May 24, 2006

Speleo, deel 1

De Ishifunesawa Syonyudo in Chichibu-shi Saitama-ken. Dan verkies ik als respectievelijke grot- en plaatsnaam toch de Trou Bernard in Mont-sur-Meuse. Qua inhoud is dat een ander verhaal…

Zondag 21 mei stond al een tijdje rood aangekruist als mijn eerste grotdag hier met de Tokyo Caving Club.

Na een wel heel lange, vermoeiende en frustrerende zaterdag (zie vorig verslagje) stond ik zondag, na 3 uur slaap, half groggy op de plaats van afspraak. Kohei, een student fysica, was de organisator van de speleotrip. Na een week over en weer gemail was hij behoorlijk enthousiast om mij te zien. Op weg naar de grot toe kwam hij dan ook met een stortvloed van speleovragen op mij af, afgewisseld met het tonen van boeken, topokaarten en foto’s. Gelukkig pikten we met de minibus onderweg steeds meer en meer volk op, zodat hij zijn aandacht wat kon verdelen… en ik eindelijk mijn ultieme verlangen van dat moment kon proberen te realiseren: slapen! In accordeonzit op de veel te lage achterbank. En aangezien er richting grot geen rechte wegen waren, betekende dit voor mij na 3 uur rijden een algehele geradbraakte mottigheid. Gelukkig stond iedereen op grot-tijd. Of heet dat hier de Zen-klok? Ik kreeg dan ook meer dan genoeg tijd om wat bij mijn positieven te komen terwijl de anderen al hun materiaal klaarmaakten.
Aangezien er enkele (quasi-)beginners meewaren, deed Kohei een gans Japans relaas over veiligheid, regels en hoe grotten nu eigenlijk gevormd worden. En dan mocht iedereen zichzelf voorstellen. Naam, hobby’s en wat je verwachtingen waren voor deze grot. Dat varieerde van “het vinden van nieuwe beestjes” tot een inspiratieloze “have fun” (ja, mijn hersenen stonden nog in sleep-mode).
Ik voelde me ook een beginner: sportschoenen, lichte broek en sportjas. Beter kon ik niet vinden in de winkels… of toch niet op mijn maat! En aangezien ik blijkbaar op voorhand gewogen en goedgekeurd was, werd ik al direct tot tweede verantwoordelijke gebombardeerd.

De wandeling naar de grot duurde ruim 3 kwartier en was om in te kaderen. Een betere manier om wakker te worden en om mijn wagenzeeziekte te vergeten, bestond gewoonweg niet. We bevonden ons in een natuurgebied en dienden een pad te volgen op de flanken van groene heuvels, met een zacht bruisende rivier een paar tientallen meter onder ons. Dat het pad soms bestond uit een aantal bij elkaar gebonden boomstammen die samen een instabiel uitziend geheel vormden, gaven echt wel een tropisch tintje aan deze marche d’approche (zoals we een wandeling naar een grot ook wel noemen). Echt wel een idyllische setting. Waarom kruipt een mens toch onder de grond, dacht ik toen… Of om het met de halve slogan van Spekul, de speleoclub van Leuven, te zeggen: “Waar zijn we mee bezig”.

De grot had een ontwikkeling van 600m. Klein dus. En wat in een kwartier te doen was, hebben we uiteindelijk ruim 3 uur over gedaan. Zei ik iets van Zen? OK, het moet gezegd: het was een beginnerstrip, dus soms wat extra veiligheid en soms een weinig efficiënt parcours om de debutanten (en die ene buitenlander) den duvel aan te doen.
Het meest blijft me toch wel het water van het kleine eindmeer bij: glashelder. Zoals Andow opmerkte: I’ve only seen water this clear in Baikal Lake. Hij blijft me toch wel een intrigerend personage.
Ergens halverwege ons parcours was er, in een gang van nog geen meter breed, een 5 meter hoge waterval. Iedereen mocht die beveiligd beklimmen, behalve de twee verantwoordelijken natuurlijk. Zonder mijn speleokledij leverde die klim me direct schade aan handen, benen en buik op. De wanden zijn hier namelijk nog niet zo gladgeschuurd als in België.
Zelfs vleermuizen waren van de partij. Vrolijk rondfladderend, ons behendig ontwijkend.

Na de grot was het weerom in een cirkel staan en één voor één zeggen wat ons was bijgebleven… en natuurlijk kon een uitgebreide bedanking aan het adres van onze organisator niet uitblijven, uiteraard met de nodige buigingen.

In de algehele Japanse speleotraditie reden we vervolgens naar een “onsen”, een warmwaterbron. Waar commercieel ingestelde Japanners gewoonlijk een gans gezondheidscentrum rond bouwen. Kohei legde me vlug de regels uit: je gaat naar de open baadruimte en eerst neem je in adamskostuum (zonder eikeblad) een douche. Zodat je daarna proper in de heetwaterbron kan relaxen, samen met andere Adams. Een niet-gemengd nudistenkamp, om het wel heel oneerbiedig te zeggen. Maar ja, “les goûts et les traditions ne se discutent pas”, of hoe ging dat spreekwoord ook weer?

Na een gezamenlijk etentje konden we eindelijk onze laatste trein huiswaarts nemen. Behalve wanneer die laatste trein al vertrokken was. Ik zei het al een halve dag: “mannekes, niet te veel Zen, of ik mis mijne laatste trein”. Ik had namelijk echt geen behoefte om een nacht door te brengen in een doos-hotel, waar iedereen in een vakje van een gigantische kast ligt te slapen. Nu, blijkbaar waren ze toch wat gegeneerd en hebben ze een wel redelijk grote omweg gemaakt om mij met de wagen af te zetten. Ik heb ze dan ook maandag een uitgebreide bedankmail gestuurd, ook in de algehele Japanse traditie.

Volgend weekend trekken we voor 2 dagen “ergens” naartoe. Nog maar 2 nachten slapen…

0 Comments:

Post a Comment

<< Home