Tuesday, July 11, 2006

Romantiek

Zaterdagavond heb ik van de avondlijke sfeer geproefd aan de Rainbow Bridge in de baai van Tokyo. Een plaats die een kruising is tussen la Défence in Parijs en Pier 39 in San Francisco. Het vrijheidsbeeld kijkt hier in de richting van de huizen van commercie, met op haar achtergrond tweelingtorens die doen denken aan het New York anno 2000.

Iedere drie meter zat er een koppeltje op het strand romantisch te wezen. Copy en paste als het ware (niet de eerste keer dat ik die gedachte heb hier). Indien het in dit land bij wet verboden zou zijn in het openbaar tekenen van affectie te vertonen, dan werd hier duidelijk een gedoogbeleid gevoerd.

Dit was een van de meest magische plekken die ik al in Japan heb gevonden. Waar je van het ene moment op het andere van superdrukte in zalige rust kon vallen. Van natuur tot high tech.

Beter laat dan nooit. Zelfs het openbaar vervoer was fantastisch: ik zat op de eerste rij op een monorail die tussen de wolkenkrabbers door reed naar dit futuristisch stukje Tokyo.

Thursday, July 06, 2006

Japans

Na die 2 en een halve maand krijg ik echt kop noch staart aan het Japanse schrift. Enkel het symbool voor de Yen kan ik herkennen. Gooi een paar strepen en krullen at random bij elkaar en je hebt een Japans woord, denk ik dan. Vandaag nam ik dan ook de proef op de som: ik maakte 4 abstracte kunstwerkjes en vroeg aan Kato om ze te lezen. En zowaar, 2 van mijn creaties bestonden: in het Kanji-tekenschrift betekenden ze “maan” en “datum”.

Er bestaan blijkbaar 3 verschillende schriften in Japan: kanji, hiragana en katakana. Die eerste komt van het Chinees en is de moeilijkste: daar moet je effectief lijn- en krulpatronen van buiten kennen. Karakters dus. De 2 andere hebben tenminste nog een alfabet, bestaande uit 48 “letters”.
In mijn Lonely Planet staan er diverse basis-zinnen. Maar die woorden zijn zo anders, dat ik die amper kan onthouden. En ik probeer ze nog minder uit te spreken, want ik weet gewoon dat die uitspraak niet zal kloppen. Om daar een voorbeeld van te geven: vorig weekend was ik met de trein op weg naar de Fuji-berg. Om er te geraken diende ik onder andere over te stappen in het station Otsaki. Alleen bestaan er blijkbaar 2 “Otsaki’s”. Het ene station, zoals ik het uitspreek, en het andere station, zoals een Japanner het uitspreekt. En natuurlijk moest ik in dat laatste station zijn, maar dat kon die Japanse treinconducteur moeilijk weten. Daarom probeerde hij me duidelijk te maken dat ik op de verkeerde trein zat en begon hij me de stations op te sommen waar ik diende over te stappen. Had ik toen niet “Fuji” gezegd, vraag ik me af waar ik terecht zou zijn gekomen.

Gesproken Japans is intrigerend. Wanneer 2 japanners bijvoorbeeld een lange conversatie met elkaar hebben, kan een van de twee me daarna in nog geen 10 (engelse) woorden kan zeggen wat ze net tegen elkaar zeiden. Ik vraag me dan af of ze zaken verzwijgen of als het Japans 90% vormelijk is en 10% inhoud. En, hoe vreemd het ook moge klinken, bij momenten klinkt Japans als Russisch.
Ik denk nu van “laat die taal me maar een raadel blijven, het draagt alleen maar bij tot het mysterieuze van dit land”.

Sunday, July 02, 2006

3667m

De Fuji berg. Het hoogste punt van Japan. Al van bij mijn aankomst, bijna 2 en een halve maand geleden, was het beklimmen van deze vulkaan één van de zaken die op mijn verlanglijstje stonden.
Het officiële klimseizoen is van 1 juli tot 31 augustus, wanneer het grootste deel van de sneeuw is verdwenen. Dan komt het gros van de 200.000 mensen af die jaarlijks Fuji-san willen overwinnen (er wordt niets gezegd over het aantal dat er effectief in slaagt). In ieder geval: een massa volk voor 1 berg. Op het internet had ik al horror-verhalen gelezen over beklimmingen in de stijl van de processie van Echternach: 3 stappen vooruit, 2 minuten wachten.

Met een gigantische slaapkop (dankzij Duitsland-Argentinië) nam ik ’s ochtends vroeg de trein richting Kamaguchiko, een van de stadjes aan de voet van Fuji. Om dan een bus te nemen tot het “fifth station” op ca. 2200m. Het plan was om in 6-7 uur tijd over en weer tot de top te gaan, om dan nog de laatste bus en trein appartementswaarts te pakken te krijgen.

Er was relatief weinig volk: het was de eerste dag van het klimseizoen en veel mensen doen de beklimming pas bij valavond (om, na een overnachting in één van de gites onderweg, de zonsopgang op de top mee te maken). Misschien speelde het weer ook wel mee: mistig en rukwinden.

Ik had nog nooit zo’n uitgebreid gemarkeerd bergpad gezien. Bijna overal afgebakend, met om de 5 meter een bord dat zegt “watch your step”, “don’t throw rock” of “danger, falling rock”. En met op regelmatige afstanden stations alwaar je iets kon eten en drinken of waar je kon overnachten.
De rage voor de toeristen hier is het kopen van een wandelstok met 2 bellekes aan en een Japanse vlag. Per station dat je overwint, kan je (mits betaling) een stempel laten branden. Dan koos ik toch voor een gebrandmerkt gedenkplaatje dat ik op de top kon kopen. Veel praktischer dan zo’n onhandige, blaren-veroorzakende stok!

Al bij al was het een behoorlijk monotone beklimming, wat te verwachten is van een met (kleine) rotsen bezaaide vulkaan. Maar omdat die vulkaan echt zo mooi in het landschap staat, omdat het een icoon is in de teken- en schilderkunst en omdat het gewoon het hoogste punt is van Japan, is het een “must”.
Uiteindelijk heb ik 3 uur 3 kwartier nodig gehad voor de klim. Met dank aan een inzinking tussen het negende en tiende (=laatste) station. Het was geleden van vorig jaar, zaterdag 22 juli, dat ik nog zo’n klop had gekregen (in Spanje). Een combinatie van hoogte, te snel gestart zijn, een te zware rugzak, een te korte nacht daarvoor en misschien een tekort aan conditie/voorbereiding.
In Japan zeggen ze: “je moet een idioot zijn wanneer je de Fuji niet wil beklimmen en je moet een idioot zijn om het een tweede keer te willen doen.” Hoe toepasselijk vond ik die uitspraak op dat moment.

Op de top heerste koning wind. Ik kan me niet herinneren al ooit dergelijke rukwinden te hebben meegemaakt. In combinatie met de vochtige mist was het onmogelijk rond de krater te wandelen. Na een kort gesprek met een Amerikaan, die enkele maanden in Japan was voor environmental studies, nam ik dan ook vlug het steengruispad naar beneden. 2 uur schuiven. Hier heb je echt wel stevig schoeisel voor nodig, wil je nog iets van schoen over hebben wanneer je beneden komt.
In ieder geval: het was een klim die, om diverse redenen, heel veel voldoening gaf.

O ja, wat met het plan om alles op 1 dag te doen? Dat was zeker haalbaar. Maar niet afgelopen weekend. Ik heb geen zin om opnieuw met gal en vitriool te spuwen op het openbaar vervoer: tussen ons is het alleen maar een verstandshuwelijk. En wanneer ik terug in België ben, ga ik mijn wagen een dikke kus geven!

Thursday, June 29, 2006

Na de woorden over de laatste 2 weekends...









Monday, June 26, 2006

Blikschade

En ja, ook vorig weekend stond volledig in het kader van speleo. Satoshi stuurde me vorige week een email met onze planning. Dit is een passage:

I tell you weekend plan.

We start 23th midnight. We will arrive Rokan-do cave in Iwate prefecture at 24th morning. We need negotiation to landowner at In 24th morning.. After we are sleep for night caving. In 24th evening, we enter cave. In 24th midnight or 25th early morning we will exit a cave. After sleep again. 25th noon , we will go home. In 25th night, we arrive in Tokyo.
This trip have 10 participant. Our purposes are exploration and a survey.

Rokando is een jonge, nog actieve grot, die nog maar weinig is gefrequenteerd. Feitelijk is het een opeenvolging van meanders en watervallen. Het voorlopige einde is een sifon, die diverse clubs proberen te omzeilen door te klimmen in een zaal van enkele tientallen meters hoogte. Het feit dat er veel losliggende stenen liggen op die plek, maakt die uitdaging niet eenvoudig…

Het toeristisch stuk van de Rokando grot bestaat uit een 800m lange meander die stopt in een zaal met een druisende waterval… die verlicht wordt door een lantaarnpaal! Wat ik van info vond over deze grot:

The Ten no iwado no taki (waterfall of the heaven's stone door) falls from between marble inside of limestone cave. It's 29m in height and 1m width, the highest waterfall inside of limestone cave in Japan. Sound of the waterfall reverberates in the dome.

Er hing een vast geëquipeerde touw, op ongeveer een meter van die waterval. Als enige van de groep beschikte ik niet over een PVC speleopak (dat het water buiten houdt). Ik droeg enkel een lichte training en sportschoenen.
Ja, ik werd dus nat tot op het bot. De volgende uren balanceerde ik dan ook steeds op het randje van het te koud hebben. “Gelukkig” werd mijn verkleumgevoel gecompenseerd door het gloeien van mijn handen en kuiten… met dank aan de scherpe rotsen en mijn onaangepaste kledij. Pardon… ex-kledij.

Op dit punt gekomen is speleo zonder aangepast materiaal gewoon gekkenwerk geworden. Om maar te zeggen: 7 uur rijden naar het noorden van Japan om dan de nacht door te steken in de ondergrond in allesbehalve comfortabele omstandigheden, om dan opnieuw 7 uur te vechten tegen een wagenziekte. Waar is een mens soms mee bezig…
Ter verduidelijking (want nu vind ik dat echt wel nodig): ik deed dit alles uit vrije wil ;-)