Thursday, April 27, 2006

Pannepizzelet

“This is to certify that David De Roest has successfully completed a special program for Eagle-12 presented by Advanced Semiconductors Materials, Japan”. Om dit te vieren zijn we uit eten gegaan. De Japanse versie van de pizza, omelet en pannenkoek. De pannepizzelet, dat vind ik toch beter klinken als okonomyaki, “kook wat je wil, zoals je het wil”.

Je zit aan een tafel die bijna volledig uit een hete plaat bestaat. Je arsenaal: een kom gevuld met een rauw ei, japanse kool, deeg en diverse vlees- en vissoorten. Je mengt alles tot een homogene massa en kiepert het op die hete plaat tot een reuzenkoek. Daarna snijd je het in stukken, bepenseelt het met de geheime saus van grootmoe, bestrooit het met zeewier en gedroogde vis-snippers en met de hulp van de onvermijdelijke eetstokjes kan het feest beginnen... Als dat nog niet bestaat in België, open ik me een Japans restaurant. Ge-ni-aal! Ik begrijp die schaarste aan Japanse restaurants bij ons niet. Geen markt omwille van een zoveelste vooroordeel? Of gewoon onbekend? Of is er geen Japanse diaspora geweest (in tegenstelling tot die van buur China). Zonde. Nu, een reden te meer om zo divers mogelijk te eten hier en wie weet geeft het ideetjes voor terug thuis!

En het leven gaat voort, ook in België. Blijkbaar hebben ze zojuist een Pool gearresteerd die zich volgens de getuigen "noordafrikaans" gedroeg of zag hij er zo uit?! Arme Joe. Zelfs Will Tura wist dat al, decennia geleden. En vorig weekend was er dus een witte (ipod nano)-mars. Nog een geluk dat onze zigeuner die misdaad niet in Texas heeft gepleegd. Hij zou hangen! Of zou er daar geen kat in de media naar gekraaid hebben. Dat hij nu maar als straf de volgende vijf jaar een paar opleidingen voor knelpuntberoepen krijgt!

Toch leuk, die wereldbril. Al moet ik toegeven dat ik nog steeds het nieuws van bij ons verkies en geen idee heb wat er in dit draakvormig land momenteel onder de bevolking leeft. Daar ga ik eens wat mensen van hier voor moeten leren kennen. Niet in van die foreign language pubs, waar buitenlandse mannen engelse les geven aan binnenlandse vrouwen (duh).

Daarnet heb ik de speleoclub van Tokyo geschreven. Benieuwd naar hun reactie. Ze zouden al in Tanzania hebben geëxploreerd, dus viavia hebben we al een gespreksonderwerp. Indien ze nu nog dezelfde spirit hebben als wat ik van grotkruipers verwacht, dan zit dat wel goed. En dan hopen dat ze materiaal op mijn maat hebben.

De opleiding waar het allemaal om draaide

Laatste trainingsdag in het Daini Technology Center. Wij leren hoe bepaalde onderdelen van de Eagle12 op een niet-destructieve en veilige wijze vervangen kunnen worden. Met een tot in de puntjes uitgewerkte handleiding als leidraad... Rarara, welk marsmannetje ben ik?

En wat doet het mysterieuze Eagle-12 beest? Het deponeert isolatiemateriaal op een siliciumschijf. Die isolatie maakt dat je chip minder opwarmt. Maar dat met een precisie waar je van omver valt! De dikte van die lagen varieert van enkele nanometer tot een paar micrometer. Alsof je gans België bedekt met een laagje zand van 10 cm met allemaal identieke zandkorrels van een tiende van een mm en dat met een precisie van 1 mm, ofte 10 zandkorrels. En dit in een paar minuten. Om dergelijk proces te controleren zijn er zo veel invloedsfactoren dat het ongelooflijk is dat je dit stabiel krijgt... Ziedaar de reden voor onze verkleedpartij als de slechterikken van starwars.

Tuesday, April 25, 2006

Discipline, symboliek en geloof

En toen stond iedereen op een rij alwaer de deure bleef stille staen. Een surrealistisch beeld: een overvolle metrohalte en toch stonden er op regelmatige afstanden kleine mannekes en vrouwkes in rijen van twee netjes op een volgende rijtuig te wachten. Zonder duwen en trekken. Met daar 1 uit de Vlaanders afkomstige Tokyo Tower tussen.

Gewapend met een metroplan uit de Capitool reisgids bleek dat bord spaghetti van afgelopen weekend toch niet zo onverteerbaar als eerst gevreesd. Integendeel, met een eenvoudige kleurcode en tweetalige haltes is je weg vinden niet moeilijker als in Londen of Washington. Het leek alleen zo. Zelfs de mededelingen waren tweetalig. Ik kon dus op mijn twee oren slapen wat Tokyo betrof… waar zelfs een lichte aardbeving (zoals op de eerste nacht) me niet van mijn stuk ging brengen.

Japan is een smeltkroes van godsdiensten. Shinto, "de weg der goden" (welke doet er niet toe, dus ze worden per dozijn vereerd) en (Zen)Boeddhisme zijn de voornaamste. En er is absoluut geen concurrentiestrijd. Zo kan een Boeddhistische pagode vlak naast een torii staan, de rode ingangspoort van een shinto heiligdom. Basisgedachte is: "zolang het maar een manier is om de goden tot een gunst te vragen maakt het niet uit wat het is". Zondag diende ik bijna 2 uur te sporen om er te geraken. Maar het was de moeite.
Wenskaartjes waren aan een rekje voor het Senso-Ji tempelcomplex vastgeknoopt. Massa’s gelovigen rookwasten zich juist voorbij de torii aan een wierookvat, preventief tegen zweetneuzen, loopvoeten en andere interessante kwalen. Anderen gooiden geld in een reuzegroot offerblok om dan hun wens uit te spreken. Nog verder waren er die heilig water uit mini-waterspuwertjes naar binnen gorgelden… of er toch hun handen mee wasten. En naast de tempel zaten een paar Boeddha’s die konden genieten van de wierookgeur waarmee een zoveelste gelovige zijn overtuiging tot uiting bracht. Ha ja, ordinair kaarsen aansteken bestaat ook.
Ook de toegangsweg naar Senso-Ji mocht gezien worden: aan weerszijden een lange rij mini-winkels waar zowat alle classics te verkrijgen waren: kimono’s, pruiken die met kimono’s gedragen worden, waaiers, pantoffels, lampionnen, … Alvast 1 plaats waar ik souvenirs kan kopen!
Nu begrijp ik waarom Japanners in Brugge aan honderd in het uur foto’s nemen. Het moet bij ons zo anders zijn dan wat zij gewoon zijn. Afgelopen weekend ben ik de vijand dan ook met zijn eigen wapens te lijf gegaan… Een zalige architectuur. En interessante dagelijkse rites. Geloof biedt inspiratie. Ik hoop dat de gewenning niet vlug zal opduiken. Dat mijn verwondering nog even de bovenhand blijft houden.

Sunday, April 23, 2006

Vervoer in een bord spaghetti


Het openbaar vervoer is indrukwekkend goed uitgebouwd. Een kluwen van bussen, treinen, en zelfs monorails. En daar nog het metronetwerk in Groot Tokyo bij. Je kan dus vlot overal geraken.... op voorwaarde dat je Japans kent. Met andere woorden, ik werd reeds achterna gezeten door het spookbeeld dat ik hier mijn weekends in ‘Hello Kitty’ van naast de deur, ging moeten doorbrengen, een hoogcommercieel pretpark rond het thema van een musti-achtig poesje. En ik had reden tot het verzinnen van een dergelijk doemscenario…

Vrijdagavond was mijn eerste kennismaking met de meutevervoertuigen: met Nathan ging ik iets eten in de omgeving van Shinjuku station. Een uur sporen met 1 overstap. Wel dienden we de ultrarapid express plus met vleugelkes (of zoiets) te nemen, zodat er zo weinig mogelijk tussenstations werden genomen. Om maar te zeggen: er bestaan veel smaken en kleuren in die treinen. Om dan nog maar te zwijgen over de namen van de stations: Nakano-Shimbashi, Akabenebashi, Shin-Okachimachi, Honancho, … Mijn tong ligt nog niet in een knoop, maar mijn geheugen des te meer…
Twee miljoen klanten moet je verdienen, iedere dag. De slogan van een warenhuisketen van bij ons. En dat is tevens het aantal personen dat dagelijks passeert door het Shinjuku station. Twee keer de bevolking van Brussel. In 1 station. De aorta van het openbaar vervoer. Het drukste station ter wereld. Dus ja, er was veel volk. En ja, ik was volledig maar dan ook volledig gedesorienteerd. Zelfs Nathan gaf toe dat hij er na 4.5 jaar nog niet vlot de weg kende. En hij kent Japans!

En dan het terugkeren tegen middernacht. Op mijn eentje. Met de laatste trein. Toen ik dacht dat er geen volk meer bij kon, propten er zich nog een paar dozijn in mijn wagon. Het schijnt trouwens dat de mensen van het spoor tijdens de spitsuren de mensen letterlijk in de trein persen. Manman, wat was ik toen blij dat ik met kop en schouder boven zowat iedereen uitstak: ademruimte! Het enige voordeel van een eivolle trein is dat je je nergens moet vasthouden: je zit muurvast geklemd tussen een stuk of tien al dan niet dronken Japanners.
En ondertussen diende ik me te concentreren op wat de conducteur door de luidsprekers brabbelde: wanneer hij “Tama” vermeldde in het betoog dat hij voor iedere halte hield, moest ik uitstappen. En niet vergeten te bukken, want de deuren zijn, evenals de vasthoud-hendels binnen de trein, niet voorzien op witneuzen groter dan 1.75m. Proefondervindelijk getest… helaas…

‘s Nachts in mijn bed wist ik echt niet hoe ik dit in’t vervolg op mijn eentje kon klaren… De metrolijnen van Tokyo lijken echt op een groot bord spaghetti, en dat gaf me op voorhand al een indigestie: indien alles daar ook in het Japans te doen was, kon ik maar beter voldoende proviand meenemen en een bivak voorzien iedere keer ik richting Tokyo wilde gaan…



Friday, April 21, 2006

Big in Japan

Subway, McDonald’s en Starbucks. Mijn eet- en drinkavonturen waren vandaag bezwaarlijk avontuurlijk te noemen. Big in the USA ware een betere uitdrukking geweest. En de diensters bleven maar glimlachen, vriendelijk knikken en totaal onverstaanbaar doorratelen.
Bijna letterlijk werd ik van vandaag op morgen in een totaal ander land, andere cultuur, andere filosofie gegooid. En een andere taal... “lost in translation”.

Ik slaagde er in om uit te stappen bij de verkeerde bushalte. Waarna het ruim een uur duurde voor ik dat effectief door had. En dan is er hoegenaamd geen bus-pancarte die me in ons zesentwintig-letters alfabet zegt welke lijn, laat staan welke halte ik moet hebben. De enige lijn die herkenbaar is, is die naar de luchthaven, net omwille van het vliegtuig-icoon. Een westerling en een Japanse hebben me uiteindelijk op de goede weg geholpen… gelukkig verliep het inchecken in het Plaza Hotel vlot en kon ik snel genieten van een dut in mijn 2 meter lange bed in mijn hotelkamer met ruim 1,1 DDR hoge deuren…

Ik weet niet eens waar ik zit ten opzichte van Tokyo. De bushalte staat niet eens op de kaart aangegeven. Morgen zijn er Eric en Nathan, die me wat zullen opvangen op en na het werk. Nathan, een Nederlander, werkt hier al een paar jaar. Hij is marketingverantwoordelijke voor Europa en Azie wat betreft de machine (de Eagle 12) waar ik nu een opleiding van zal krijgen. Depositie van lage permittiviteit diëlektrica met behulp van een plasma enhanced chemical vapour deposition reactor. Astemblief!

Vandaag heb ik al een stukje van mijn Capitool reisgids over Japan verorberd. Ik voel me als meneer Xyploghsèrgù die, komende van de planeet Fàçoliuk, net geland is op Aarde met zijn tweedehands UFO (die hij voor een prikje op een brocante van oud vliegmateriaal in de asteroïdengordel ten noordwesten van Fàçoliuk op de kop heeft kunnen tikken). Even van de wijs. Niet wetende waar begonnen. Vol onbestemde ontdekkingszin. De tempels, de thee-ceremonie, keramiek, zen, nintendo, samurai, Hirochima, kersenbloesems…

En ja, stereotypen worden bevestigd. De kortgerokte langekouste meisjes. De constant neussnot-optrekkende bevolking. Monddoekjes alsof er vogelpest of een andere epidemie heerst.

‘k Heb daarnet even buiten gewandeld. 't Was al donker. Ik zit vlakbij een groot park. En een winkelcentrum. Morgenochtend komen ze me halen van het werk. En ’s avonds is er een diner gepland waar ze me al, met de Lonely Planet als leidraad, wat meer wegwijs gaan maken… Ik heb zo al vaagweg een idee wat ik met de "golden week" wil doen...