Wednesday, May 31, 2006

Crash

Zaken die je niet wil tegenkomen aan de andere kant van de wereld... Na de gebruikelijke ziektes, ongevallen, weersproblemen en slechte berichten vanuit je thuisland zou ik toch wel een computercrash plaatsen. Met de gebruikelijke onpraktische gevolgen vandien: muziek, foto's, blogtekstjes enzomeer die behoorlijk onbereikbaar zijn geworden. Toch zeker tot ik terug in Belgie ben. Nu maar proberen er een mouw aan te passen... en een bezighouding te zoeken voor de avonden...

Wednesday, May 24, 2006

Speleo, deel 1

De Ishifunesawa Syonyudo in Chichibu-shi Saitama-ken. Dan verkies ik als respectievelijke grot- en plaatsnaam toch de Trou Bernard in Mont-sur-Meuse. Qua inhoud is dat een ander verhaal…

Zondag 21 mei stond al een tijdje rood aangekruist als mijn eerste grotdag hier met de Tokyo Caving Club.

Na een wel heel lange, vermoeiende en frustrerende zaterdag (zie vorig verslagje) stond ik zondag, na 3 uur slaap, half groggy op de plaats van afspraak. Kohei, een student fysica, was de organisator van de speleotrip. Na een week over en weer gemail was hij behoorlijk enthousiast om mij te zien. Op weg naar de grot toe kwam hij dan ook met een stortvloed van speleovragen op mij af, afgewisseld met het tonen van boeken, topokaarten en foto’s. Gelukkig pikten we met de minibus onderweg steeds meer en meer volk op, zodat hij zijn aandacht wat kon verdelen… en ik eindelijk mijn ultieme verlangen van dat moment kon proberen te realiseren: slapen! In accordeonzit op de veel te lage achterbank. En aangezien er richting grot geen rechte wegen waren, betekende dit voor mij na 3 uur rijden een algehele geradbraakte mottigheid. Gelukkig stond iedereen op grot-tijd. Of heet dat hier de Zen-klok? Ik kreeg dan ook meer dan genoeg tijd om wat bij mijn positieven te komen terwijl de anderen al hun materiaal klaarmaakten.
Aangezien er enkele (quasi-)beginners meewaren, deed Kohei een gans Japans relaas over veiligheid, regels en hoe grotten nu eigenlijk gevormd worden. En dan mocht iedereen zichzelf voorstellen. Naam, hobby’s en wat je verwachtingen waren voor deze grot. Dat varieerde van “het vinden van nieuwe beestjes” tot een inspiratieloze “have fun” (ja, mijn hersenen stonden nog in sleep-mode).
Ik voelde me ook een beginner: sportschoenen, lichte broek en sportjas. Beter kon ik niet vinden in de winkels… of toch niet op mijn maat! En aangezien ik blijkbaar op voorhand gewogen en goedgekeurd was, werd ik al direct tot tweede verantwoordelijke gebombardeerd.

De wandeling naar de grot duurde ruim 3 kwartier en was om in te kaderen. Een betere manier om wakker te worden en om mijn wagenzeeziekte te vergeten, bestond gewoonweg niet. We bevonden ons in een natuurgebied en dienden een pad te volgen op de flanken van groene heuvels, met een zacht bruisende rivier een paar tientallen meter onder ons. Dat het pad soms bestond uit een aantal bij elkaar gebonden boomstammen die samen een instabiel uitziend geheel vormden, gaven echt wel een tropisch tintje aan deze marche d’approche (zoals we een wandeling naar een grot ook wel noemen). Echt wel een idyllische setting. Waarom kruipt een mens toch onder de grond, dacht ik toen… Of om het met de halve slogan van Spekul, de speleoclub van Leuven, te zeggen: “Waar zijn we mee bezig”.

De grot had een ontwikkeling van 600m. Klein dus. En wat in een kwartier te doen was, hebben we uiteindelijk ruim 3 uur over gedaan. Zei ik iets van Zen? OK, het moet gezegd: het was een beginnerstrip, dus soms wat extra veiligheid en soms een weinig efficiënt parcours om de debutanten (en die ene buitenlander) den duvel aan te doen.
Het meest blijft me toch wel het water van het kleine eindmeer bij: glashelder. Zoals Andow opmerkte: I’ve only seen water this clear in Baikal Lake. Hij blijft me toch wel een intrigerend personage.
Ergens halverwege ons parcours was er, in een gang van nog geen meter breed, een 5 meter hoge waterval. Iedereen mocht die beveiligd beklimmen, behalve de twee verantwoordelijken natuurlijk. Zonder mijn speleokledij leverde die klim me direct schade aan handen, benen en buik op. De wanden zijn hier namelijk nog niet zo gladgeschuurd als in België.
Zelfs vleermuizen waren van de partij. Vrolijk rondfladderend, ons behendig ontwijkend.

Na de grot was het weerom in een cirkel staan en één voor één zeggen wat ons was bijgebleven… en natuurlijk kon een uitgebreide bedanking aan het adres van onze organisator niet uitblijven, uiteraard met de nodige buigingen.

In de algehele Japanse speleotraditie reden we vervolgens naar een “onsen”, een warmwaterbron. Waar commercieel ingestelde Japanners gewoonlijk een gans gezondheidscentrum rond bouwen. Kohei legde me vlug de regels uit: je gaat naar de open baadruimte en eerst neem je in adamskostuum (zonder eikeblad) een douche. Zodat je daarna proper in de heetwaterbron kan relaxen, samen met andere Adams. Een niet-gemengd nudistenkamp, om het wel heel oneerbiedig te zeggen. Maar ja, “les goûts et les traditions ne se discutent pas”, of hoe ging dat spreekwoord ook weer?

Na een gezamenlijk etentje konden we eindelijk onze laatste trein huiswaarts nemen. Behalve wanneer die laatste trein al vertrokken was. Ik zei het al een halve dag: “mannekes, niet te veel Zen, of ik mis mijne laatste trein”. Ik had namelijk echt geen behoefte om een nacht door te brengen in een doos-hotel, waar iedereen in een vakje van een gigantische kast ligt te slapen. Nu, blijkbaar waren ze toch wat gegeneerd en hebben ze een wel redelijk grote omweg gemaakt om mij met de wagen af te zetten. Ik heb ze dan ook maandag een uitgebreide bedankmail gestuurd, ook in de algehele Japanse traditie.

Volgend weekend trekken we voor 2 dagen “ergens” naartoe. Nog maar 2 nachten slapen…

Tuesday, May 23, 2006

Special Super Express

De Special Super Express trein richting Hakodate was al 10 minuten geleden vertrokken uit Hachinohe. Het 97-jarige, 132 cm kleine Japanse vrouwtje wachtte echter niet op de volgende veelwieler. Gewapend met haar veel te grote wandelstok zette ze de achtervolging in. Want ze wist dat dit de Special Super Express richting Hakodate was.
Om toch nog wat plezier en voldoening te hebben, besloot ze te hinken. Haar op-het-ene-been-tempo was net sneller dat dit van een bejaarde roodwangschildpad. Maar lag nog steeds een stuk hoger dan dat van een jichtige naaktslak.
Nog geen 3 minuten later zat ze al op de trein. Ze wist het: dit is de Special Super Express richting Hakodate. Bekend om haar "snelheid". Haar met rimpels bedekte gezicht fleurde volledig op toen ze vanuit het venster een jichtige naaktslak zag, die de Special Super Express richting Hakodate inhaalde.

Zaterdag stond me een lange dag voor de boeg. Ik wilde de sakura zien in Matsumae. Sakura zijn kersenbloesems. In april-mei heerst er in Japan een ware gekte rond deze cherry-blossom, symbool van de vergankelijkheid. Festiviteiten allerhande onder deze roze en witgekleurde bomen.
Eerst komen ze tot bloei in het warmere zuiden, om dan rond deze periode halt te houden in het noordelijke eiland, Hokaido. En zaterdag was zowat mijn laatste kans om ze te zien.
Ik koos Matsumae uit: stad van 10.000 kersenbomen. Een heeeeeel stuk ten noorden van Tokyo. Het aantal af te leggen kilometers maakten dat dit een behoorlijk geflipte zaterdaguitstap werd. Tijdens het (Chinees!) diner de vrijdagavond met een paar anderen van het werk verklaarden ze me al voor gek. “But I like that”, zei Matsushita, mijn all-American verantwoordelijke hier. En dan hernamen we de normale mannen-onder-één-dak gesprekken. Ik ken nu een aantal interessante zinnen in het Thai, Koreaans, Chinees (Mandarijns) en Japans. “You never know what the future brings” en “always be prepared” om enkele tafelgenoten te parafraseren. Edoch dit terzijde.

Dus ik nam de vroegste trein, zo rond half vijf, om dan, na enkele overstappen, op de eerste shinkansen (kogeltrein) van de dag te zitten wegsluimeren. In Hachinohe moest ik overstappen richting Hakodate, om dan, na door de langste tunnel ter wereld te zijn gespoord, de bus richting Matsumae te nemen. Volgens plan toch. In Hachinohe nam ik echter… de “wereldberoemde” Special Super Express Trein. In Hakodate ben ik wel geraakt… maar door het vele tijdsverlies dankzij die “supersnelle trein” ben ik uit noodzaak direct terug moeten keren naar Hachinohe. Om uiteindelijk rond 1.00h 's nachts terug op mijn appartement te zitten.

Ja, het was een dag met veel sightseeing door het venster. Massa’s rijstvelden. In bloei staande Sakura. En barstensvolle treinen, waar ik toch weer net genoeg vooraan in de rij stond om een zitplaats te bemachtigen. Ik heb zaterdag maar liefst 8 keer mogen overstappen. Alsof je met het openbaar vervoer een daguitstap vanuit Steenokkerzeel naar de Mont Saint Michel probeert.

Waarom geen weekend noordwaarts, waarom enkel de zaterdag hoor ik je vragen? Zondag was mijn eerste speleotrip gepland. En er is meer nodig dan wat bloemenpracht om dat te annuleren. Ik probeer dan liever het schier onmogelijke om achteraf toch niet met het gevoel te zitten van “had ik het toch maar geprobeerd”. Ik vind het nu al een bijblijvende herinnering, zelfs al is het niet op de manier dat ik wilde… en zelfs al wil ik dat geen tweede keer meemaken!

Monday, May 22, 2006

Meccano

De opleiding op de Eagle12 loopt verder. Ik zit nu al enkele weken in het hoofdkwartier van ASM in Tama-Shi, Tokyo. Hier moet ik zo veel mogelijk van de processing te weten komen, hoe je dunne isolatorlagen deponeert op je siliciumschijf en hoe je de kwaliteit controleert en verbetert. Ik moet alle geheimen van het toestel ontrafelen zodat ik kan ingrijpen om een beter resultaat te verkrijgen. Daarom puzzelen mijn Japanse collega, Kaneko en ik op basis van tekeningen en handleidingen een Eagle 12-reactorkamer in elkaar. Vorige week kregen we massa's onderdelen opgestuurd van het productiecentrum. Ieder stukje was minstens 3 keer ingepakt. Niet op de elegante wijze waarop oudere Japanse vrouwen dit doen wanneer je een souvenir in hun winkel koopt, maar wel even tijdrovend om te openen. Een kleine namiddag sorteren was nodig om wat overzicht te krijgen in die hoop metaal, composiet, keramiek en plastiek. We hebben elvendertig types schroeven en vijzen, elk met een verschillende grootte, sterkte en gebruiksaanwijzing. Binnen een paar dagen zullen we te weten komen of dit gigantisch meccano-bouwsel ook zal werken!

Ik moet mijn beeld van het Japanse werkritme en mentaliteit wat bijstellen. Geen zweepslagen opdat je niet trager dan 100km/h zou werken. Geen seppuku (harakiri) wanneer je meetwaarde 2% verschilt van de vooropgestelde waarde. Geen halfnaakte, kale spierbundel die vooraan in de werkzaal met zijn grote trom het tempo aangeeft (ik zit nu even met de film Ben-Hur in mijn hoofd).
OK, minder overdreven dan. Geen gezamelijke gymnastiek-oefeningen 's ochtends en 's avonds. Niemand die plots zijn hoofd in zijn armen legt op zijn bureau voor een kwartierslaapje. Ook niet die extreem lange werkuren: ik ben 's ochtends rond halfnegen bij de eersten. En 's avond rond zes-halfzeven is al ruim de helft verdwenen. Gewoonlijk stoppen de mensen met werken bij zonsondergang. Dit verklaart misschien het vroege slapengaan van de zon. Ik vraag me af of dit opzettelijk is gedaan, of Japan zijn uurregeling niet compleet verschillend is van de zomer-winteruur regeling van de rest van de westerse wereld.

Iedereen spreekt wel Engels... op zijn niveau. Een jaar in het buitenland doorbrengen helpt, of het nu als student was in Edinburgh of als support engineer in Portland. Kaneko vertrekt binnen een paar weken voor een jaar naar België. Benieuwd wat zijn eerste indrukken zullen zijn! Zijn Engels is gelukkig al goed gevorderd.

Ik heb nog nog geen motivatie gevonden om veel Japans te leren. De gebruikelijke goedmorgens, hallos en dankuwels niet te na gesproken. Vooral die laatste hoor ik constant in de winkels en restaurantjes. Zoals in mijn locale vaste waarde: de Starbucks. Caramel Macchiato en af en toe een dessertje. De Subway frequenteer ik ook voor een broodje gezond, dan heb ik toch wat groenten binnen. Groenten en fruit zijn anders zo duur.

In de trein 's ochtends is het stil. Mensen spelen met hun GSM, sturen SMSsen of emails, kijken TV, beluisteren MP3's of zitten of staan wat te knikkebollen. Het valt me op dat de ipod gemeengoed is hier. Zelfs bij de ouderen hanger er witte draden uit de oren.

Wednesday, May 17, 2006

Amanohashidate










Monday, May 15, 2006

The dark side

Bijna een maand in Japan. De tijd vliegt. Ik ontdek de contrasten, het lekker eten, de vriendelijkheid, de geloofsbeleving, de variatie. Niets bestaat echter uit rozeschijn en manegeur. Tijd voor een top 10 van de ergernis. Welcome to the dark side...


1. MASSA. Wanneer ik me laat meestromen door de drukke metrogangen in Shinjuku, moet ik steevast denken aan Fritz Lang’s “Metropolis”. Nowhere to run, nowhere to hide. Steeds met de handrem op en zonder in de verte te turen om de botsing te vermijden met de zoveelste man of vrouw die mijn pad kruist of die plots voor mijn neus (of beter borstkas) stilstaat.

2. KORT. Darwins theorie wordt bevestigd. Lange Japanners bestaan niet omdat die het niet overleven. Te lage deuren en te kleine zitplaatsen, onvindbare kledij. Vooral de lage deuren echter… en ja, wist je dat de deuren hier laag zijn?

3. TEKENS. Dit is de eerste keer dat ik op een plaats kom waar ik totaal niets kan lezen. Onmogelijk te weten te komen welke winkels er gehuisvest zijn in die gigantische department stores. De handleiding van mijn wasmachine is al een probleem. Laat staan het vinden van halfvolle melk in de supermarkt. Uit noodzaak heb ik maar iedere soort gekocht, de juiste op smaak geselecteerd en het uitzicht van de fles van buiten geleerd.

4. VERVOER. Wanneer je dagelijks hetzelfde parcours aflegt, kan je daar je (levens?)ritme op instellen. Maar aangezien ik ieder weekend ergens anders heen wil, moet ik ieder weekend weer hopeloos lang zoeken. En dan hebben ze mij nog beet. Mijn trein keert plots terug op 2 haltes van mijn bestemming of ik neem de trage lijn als ik de snelle wilde hebben, en omgekeerd.

5. YEN. Japan is echt het duurste land dat ik ooit heb bezocht. Eten kopen in de supermarkt is selecteren op prijs en niet op smaak. Maar ook het openbaar vervoer. Met de railpass ga ik nu naar Japans uithoeken, maar als ik het wat gezien heb zal ik mij tot Tokyo beperken of ik ben straks nog blut. Zelfs de elektronica die ik hier zocht is gevoelig duurder dan in Belgie.

6. DAGLICHT. Vóór 5 uur ’s ochtends is het al licht. Om 19 u gaat de zon al slapen. Totaal tegen mijn ritme. Ik ben vaak al om 6 u wakker en soms met een sufkop, maar toch lukt het niet om opnieuw te slapen. En ’s avonds gaat het niet om er vroeg in te kruipen. Met als gevolg dat ik wekelijks wel eens een klop krijg tegen aan de avond.

7. REGEN. Belgisch weer lijkt plots "stabiel". Ik begrijp ook waarom 99,99% van de Japanners met een paraplu rondloopt. Zeer tegen mijn zin heb ik me er ook maar ene aangeschaft. En als het niet regent dan heet het hittegolf.

8. INTERNET. Ik mis een snelle verbinding. Internetcafé goed en wel, maar dat is toch minder knus. En ik kan mijn laptop met mijn programma’s (en met ons alfabet!) daar niet gebruiken.

9. TECHNO. Tuurlijk, er is een massa electronica te vinden, maar dan vooral eenheidsworsten. Waar zijn die zogenaamde futuristische gadgets (op de GSM’s na)? Of moet ik beter zoeken?

10. MUUR. En dan bedoel ik van die sesam-open-u muren die mits gebruik van de bankkaart een deel van hun schat afgeven. Bitter weinig automaten die niet-Japanse kaarten aanvaarden. Laat staan dat de winkels je (visa)kaart aannemen! Gelukkig kreeg ik een tip van de Lonely Planet: Lach eens vriendelijk naar een jonge vrouw en zeg “International ATM” “Where?”. Dat werkt.

Thursday, May 11, 2006

Meet the crazy. Meet the cavers!

Internet is your friend! Zoek op “speleo” en “Tokyo” en je wordt uitgenodigd op de vergadering van één van de 30 speleoclubs van de in totaal 250 speleo's, die Japan rijk is. 250 op 120 miljoen mensen. You do the math.

Het voorafgaand emailcontact verliep via Satoshi. Satoshi bleek actief in de software-business. Die zal dus wel veel verlof hebben, dacht ik. En ja: Brazilië, China, Griekenland, Frankrijk, Spanje, Indonesië, Nieuw-Zeeland… ja zelfs België had hij enkele jaren geleden ondergronds bezocht, met één of andere Libanese Fadi die toen in Leuven verbleef. Hij kent dus Spekul, mijn speleoclub! Was dit het veelbelovend voorteken en zou Satoshi als maatstaf gaan gelden voor de Tokyo Caving Club?!

De vergadering ging door in de “Renoir”, een café met vergaderzalen die per uur worden verhuurd, gelegen in de roze neonbuurt van Tokyo. Ik denk dat ik, op weg naar de vergadering, een stuk of 10 keer “No” heb geantwoord op de vraag van de telkens weer zwarte portiers: “Hello mister, looking for some fun?”. Onze Afrikaanse medemens krijgt klaarblijkelijk een zeer specifieke rol toebedeeld in Japan. Voor de geinteresseerden: de prijzen, geafficheerd als betrof het een dagmenu, liggen tussen de 7.000 en 10.000 Yen, maar geen idee wat je dan op je bord krijgt…

Maar ik dwaal af. Ce sont des fous. Ja, dat was mijn eerste indruk. En globetrotters! Vorig jaar hadden ze met vijf man de Gouffre Berger gedaan, een minduizender in Frankrijk, die sommigen als “klassieker der klassiekers” bestempelen. In 1 ruk met alle materiaal afdalen en iedere keer op een diepere plaats blijven slapen. Op 4 dagen (en 3 nachten) was de klus geklaard. “But it was very though”. Ja, gelukkig maar. Een club met supermancavers wil ik niet!

En dan was er Hiromasa, een beginnend speleo. Zijn visitekaartje luidde “Himalayan cyclist”. Fietste ’s winters bij -50 graden op de Siberische toendra. “Tuurlijk, want ’s zomers is het er drassig”, argumenteerde hij. En, “Natuurlijk traverseer je om dezelfde reden het Baikal-meer in de winter met diezelfde tweewieler…”. Ik kon alleen maar ja knikken. Dat hij nog 2 jaar in China had gewerkt, onder andere als journalist voor een wielermagazine, vond ik dan maar een fait divers.

Een ander speleolid was een paar jaar geleden op en in de Elbrus gaan klimmen en ijsgrotten. Hij was ook een beginnend grot-duiker. In Mexico en Indonesië was dat logistiek eenvoudig, vertrouwde hij me toe, aangezien een aantal grotten daar volledig blank staan. Dan was er nog een oudere speleo die zich specialiseerde in grotbeestjes en al een paar nieuwe specimens in de Filippijnen op zijn naam had staan. Hij leidde me na de vergadering en het uit-gaan-eten-met-de-hele-bende-ongeregeld naar het station, zodat ik nog net op tijd de allerlaatste trein kon pakken.

Het enige vrouwelijke speleolid had in Vancouver gestudeerd en was de ganse USA met de wagen rondgetrokken. Dus met haar kon ik al direct wat babbelen over Californië…

Hun volgende expeditie is richting Korea: daar liggen de grotten voor het rapen, aangezien Koreanen nog maar net de speleologie ontdekken. Ofwel reizen Japanners totaal niet, ofwel overdrijven ze in de andere richting. En ik die dacht dat ze in dit land vol traditie en cultuur een gulden middenweg zochten…

No, 1.95m en about 3 months. De antwoorden op de locale vragentopdrie: areyoumarried, howtallareyou en howlongwillyoustay. Zelfs in de Tokyo Speleoclub wilden ze dat van me weten. Maar daarna kwamen de speleovragen. Gelukkig had ik een troefkaart, die Spaanse grot. Daarmee kreeg ik ze toch wel (even) stil. Elk op zijn beurt, dacht ik bij mezelf. Het ziet er echt een veelbelovende bende uit. Met gekheidsgraad van minstens 8,9 op de schaal van Richter.

Japan heeft grotten, zij het niet in Tokyo’s achtertuin. Met een ruime -400m als dieptepunt. 21 mei wordt mijn eerste grotdag, dus ik heb nog 9 dagen om kledij op mijn maat te vinden. Gordel en helm zijn gelukkig geen probleem. En het weekend daarna wordt het “fun caving”: iets zoals de Gournier (ondergrondse rivier in Frankrijk) zeiden ze me. De film die ze er een paar maand geleden hadden gemaakt, zag er in ieder geval veelbelovend uit. Het is een uitgebreide grot, dus we vertrekken de vrijdagnacht en komen de zondagnacht terug. En in juni gaan we misschien de lava-ijsgrotten rond de Fuji-berg bezoeken (en dan kan ik die ineens beklimmen!).

Ik heb gisteren een pak mogelijkheden gehoord. Ik kan ze nooit allemaal realiseren, maar de gedachte alleen al, dat ze binnen handbereik zijn, gaf me de vibes! Het is duidelijk, Japanse speleo’s leven niet op een eiland. Maar op een (gekke) planeet.

Tuesday, May 09, 2006

Kyoto

Een aaneenschakeling van bijblijvende indrukken. De Sansujangen-do tempel, een langwerpig houten gebouw herbergt 1001 eeuwenoude, levensgrote beelden van Kannon, godin van de genade. 10 rijen van 100 beelden, met elk een stuk of 20 armen, in het halfdonker naast elkaar. Indrukwekkend. Helaas was binnen fotoos nemen verboden, en zelfs in Japan kunnen we beelden die in ons hoofd zijn opgeslagen niet downloaden met een USB aansluiting. Volgens mij houdt de fotografielobby die reeds bestaande uitvinding tegen. Maar een "GSM MP3 TV E-mail Internet Radio Foto Camera" - toestel hebben ze wel...

En dan het oostelijk deel van Tokyo: tempels, tempels en nog eens tempels in een heuvellandschap met elkaar verbonden door kleine straatjes waar massa’s toeristenwinkeltjes tegen elkaar op streekspecialiteiten aanbieden. Heiligdommen zijn goede commerciële settings en allemaal in goede staat. Volgens het shinto principe van de vergankelijkheid moeten die gebouwen om de paar decennia opnieuw gezet worden. Tot voor kort toch, want nu is zoiets toch niet meer betaalbaar. Hout wordt nu eenmaal kostelijk, laat staan de werkuren. Zo is een gebouw van 150 jaar oud een getrouwe kopie van 1000 jaar geleden. Dit verklaart mede waarom Japanners zo goed zijn in het kopiëren en optimaliseren. Het zit hen gewoon in het bloed.

En overal kinderen. De definitie van een Japans kind is: een mensje tussen 60 en 90 cm groot dat overal zonder kijken tegenaan knotst of tussen loopt. Op een dag worden ze wakker en merken ze dat ze plots anderhalve meter groot zijn en dus naar het hoger onderwijs kunnen gaan. Om maar te zeggen: er is een bepaalde lengte-range die ik niet terugvind tussen al die kinderen. En ik moet goed opletten waar ik mijn voeten zet!

Meer dan duizend woorden...



















Monday, May 08, 2006

Geloof het of niet

In Japan wordt het geloof nog beleefd, door jong en oud. Shinto en Boeddhisme zijn de (waarden)peilers waarop talloze derivaten werden gebouwd. In Kyoto bijvoorbeeld, stad van 1000 tempels en andere heiligdommen en stuk voor stuk een schot in de roos. Japanners gooien een muntstuk in een gigantisch offerblok en geven met een kort gebed hun wens door, of ze kopen één van de tientallen verschillende geluksamuletten om een goede examenafloop af te dwingen of om toch maar niet te verongelukken in het verkeer. De heiligdommen brengen geld op.

Nee, diene gast die bijna 2000 jaar geleden de handelaren de tempel uitschopte, beging een grote fout. OK, sommige plaatsen zoals het Scherpenheuvel van Frankrijk (Lourdes) ontpopten zich wel nog tot een succes, maar dat zijn de uitzonderingen. Mensen moeten nu eenmaal eten en drinken, willen een souvenir meehebben van waar ze geweest zijn en willen wat meer dan het eeuwige "kaars aansteken". Laat ze een paar keer in de handen klappen om hun god wakker te maken. Of een bel rinkelen. Laat ze gezellig babbelen. Genieten van het samenzijn met andere mensen. Laat ze consumeren...
Komt daarbij dat diezelfde gast zei dat we maar 1 god mochten beminnen. Weerom fout! Ieder gebied zijn gros aan etherische grootheden, zodat een land er bijna zoveel telt als inwoners. Dat we mogen geloven waar we in willen geloven... Dan zullen we des te trouwer zijn. En laat het ook een god zijn die doet wat wij vragen en niet één die ons de les spelt. Dan zullen we Hem of Haar niet enkel in tijden van miserie willen aanroepen maar op alle momenten, hopend op nog beter. En indien die Ene het niet kan bieden, zappen we wel naar een Ander.
En wie kwam er op het idee van die kouwelijke, afstandelijke kerken en stijve beelden? Goden en hun heilige afgietsels moeten lachen. Of er toch minder statisch uitzien. En dit in een gebouw dat warmte uitstraalt. Waar je niet moet afficheren "iedereen is welkom" en "God is liefde", maar waar je het gewoon voelt. Dan zal je de gelovigen zien toestromen!

Wie zei er transportstress? Transportvreugde!

Met de railpass in de hand trek je door het ganse Japanse land. Zo'n pass kan je overal kopen, behalve in het Japanse land. En enkel wanneer je een toeristenvisum hebt... Gelukkig heb ik dat, en kocht ik de pass in België... Het vervoer ligt aan mijn voeten. Met de shinkansen (de kogeltrein) aan 300km/h naar Hiroshima, een dagje over en weer naar die vroegere hoofdsteden (Kyoto en Nara), niet eens nodig een plaats te reserveren: plek genoeg, zelfs in een week waar gans Japan op verlof is - de golden week - en met een indrukwekkende stiptheid. En steeds opnieuw buigen de conducteurs eerbiedig hun hoofd wanneer ze een wagon binnenkomen en verlaten...
Als niet-openbaar vervoer gebruiker is dat hier toch wel een openbaring. OK, het chronisch gebrek aan adequate Engelse tijdschema's brengt soms wat zoekwerk en verwarring met zich mee, maar uiteindelijk geraak ik waar ik wil geraken, zonder al te veel tijdsverlies. Bestaat zoiets in Europa?

Tuesday, May 02, 2006

Transportstress 2de editie

90 seconden. Dat was de vertraging van een trein vorig jaar vlakbij Tokyo. De jonge bestuurder probeerde die achterstand nog goed te maken door plankgas te geven. Ook in een bocht. Met het zwaarste treinongeluk uit de Japanse geschiedenis tot gevolg. Hoe absurd. Maar in een maatschappij waar het openbaar vervoer tot op de minuut correct loopt en waar iedereen daar ook op rekent, moet de (tijds)druk op de bestuurders immens zijn.
Vanavond had mijn trein voor het eerst vertraging. 2 minuten. Ik zag rode - nog steeds onleesbare - tekens verschijnen op het elektronisch bord. Toen de trein “eindelijk” het station binnenliep, rook ik gewoon de verbrande remmen… gelukkig is het rechtdoor tot de volgende halte, dacht ik bij mezelf.
Ik mag overal instappen, behalve in de laatste wagon: tijdens het spitsuur zoudenmannelijke sardines wel eens “per ongeluk” handtastelijk kunnen zijn en om dit te vermijden kunnen vrouwen die zich niet op hun gemak voelen een veilig onderkomen zoeken in die “women only” wagon. Welke omvang zou dat probleem gehad hebben, vooraleer men tot zulke oplossing kwam?

Een week in Tokyo

Stortregen en zonnebrandweer. Traditioneel en modern. Ademende rust en neonlichtendrukte. Kledij van vorige eeuw en kledij van de toekomst. Bloemenstad en grijze blokken. Koppenlopen en weidse taferelen. Een waterval van contrasten. Een weekendje Tokyo.

En nog niet gedaan: Vrijdagavond was er een gecombineerd afscheids- en welkomstfeest met mijn Japanse collega’s. Na mijn initieel wantrouwen bleek het gelukkig een hapjesfestijn te zijn en geen drank- en karaokeaangelegenheid. Ik was het welkomstvarken. Een gevuld varken, na afloop… Interessant hoe bepaalde barrières wegvallen na de uren. Na de opleiding, ben ik nu echt wel benieuwd naar die befaamde werk-cultuur hier.

Zaterdag kon ik genieten van de bloemenpracht in de keizerlijke tuin, waarna een stortbui me naar het Ginza (shopping) centrum verplichtte. Belgian Waffles in het "Manneken", "Pierre Marcolini", chocolatier de Bruxelles, vlakbij een van de drukste kruispunten ter wereld. Ook het obligate Andesgroepje met panfluiten en ponchos was paraat. En ook hier is niet alles discipline: voor mijn neus de actie van een handtassendief… al was die er na 50 meter lopen al aan voor de moeite. De Japanners laten blijkbaar niet begaan, om dan later als doekje voor het bloeden een mars te organiseren (tijdens een media- en politieke komkommertijd).



En dan zondag. Cos-play-zoku: verkleedbendes. Gaande van clownesk over "gothic" tot "naughty". Daarbij, een boel fotografen en andere geniepigaards. Ieder zijn hobby. Het viel me al eerder op: sommige Tokyoanen zijn bij momenten echt ongegeneerd op kleding-gebied. Ik begin Europa preuts te vinden… vrouwen gekleed als halve mannen. Of is dit slechts de verzuchting van een vent die het voor vrouwen in vrouwelijke kleding heeft? Elegant en licht prikkelend. Of gewoon schattig...



Na de regen van zaterdag en de spijts de weersvoorspelling die er niet veel van gebakken had heerste de keizerlijke zon. Geschikt voor een park-tuin-tempelwandeling. Het Yoyogi-park met de Meiji-jingu tempel en tuin, waar wensen en geluksbrengers per gros aan de man worden gebracht. Mijn wenstabletje hangt ook vlakbij de heilige boom…



Het Kitanomaru-park met museum van moderne (en eeuwenoude) kunst en het Yasukuni-heiligdom met reusachtige torii als toegang, ter ere van de sinds 1868 in actie gestorven Japanse militairen. Veel oude dames onder de bezoekers. En dan, na de ontzettend mooie en bij toeristen duidelijk onbekende Koishikawa Korakuentuin, werd ik wakker geschud in het indrukwekkend en schreeuwerig elektronicacentrum in het Akihabara district. Dit is een ganse wijk in Tokyo waar enkel elektronicamateriaal wordt verkocht. Met zo'n grote concurrentie staan ze buiten te roepen door megafoons om je toch maar binnen te lokken. Je kan meedoen aan wedstrijden allerhande of ze geven op het trottoir een demonstratie van een lawaaierig computerspel. Dit alles badend in een zee van neonlichten! Ik sloeg op de vlucht terug naar het Senso-Ji heiligdom… deze keer "by night".

Mijn fototoestel schoot geheugenplaats te kort… een goed weekend. Maar nu heb ik echt even genoeg van Tokyo!