Thursday, June 29, 2006

Na de woorden over de laatste 2 weekends...









Monday, June 26, 2006

Blikschade

En ja, ook vorig weekend stond volledig in het kader van speleo. Satoshi stuurde me vorige week een email met onze planning. Dit is een passage:

I tell you weekend plan.

We start 23th midnight. We will arrive Rokan-do cave in Iwate prefecture at 24th morning. We need negotiation to landowner at In 24th morning.. After we are sleep for night caving. In 24th evening, we enter cave. In 24th midnight or 25th early morning we will exit a cave. After sleep again. 25th noon , we will go home. In 25th night, we arrive in Tokyo.
This trip have 10 participant. Our purposes are exploration and a survey.

Rokando is een jonge, nog actieve grot, die nog maar weinig is gefrequenteerd. Feitelijk is het een opeenvolging van meanders en watervallen. Het voorlopige einde is een sifon, die diverse clubs proberen te omzeilen door te klimmen in een zaal van enkele tientallen meters hoogte. Het feit dat er veel losliggende stenen liggen op die plek, maakt die uitdaging niet eenvoudig…

Het toeristisch stuk van de Rokando grot bestaat uit een 800m lange meander die stopt in een zaal met een druisende waterval… die verlicht wordt door een lantaarnpaal! Wat ik van info vond over deze grot:

The Ten no iwado no taki (waterfall of the heaven's stone door) falls from between marble inside of limestone cave. It's 29m in height and 1m width, the highest waterfall inside of limestone cave in Japan. Sound of the waterfall reverberates in the dome.

Er hing een vast geëquipeerde touw, op ongeveer een meter van die waterval. Als enige van de groep beschikte ik niet over een PVC speleopak (dat het water buiten houdt). Ik droeg enkel een lichte training en sportschoenen.
Ja, ik werd dus nat tot op het bot. De volgende uren balanceerde ik dan ook steeds op het randje van het te koud hebben. “Gelukkig” werd mijn verkleumgevoel gecompenseerd door het gloeien van mijn handen en kuiten… met dank aan de scherpe rotsen en mijn onaangepaste kledij. Pardon… ex-kledij.

Op dit punt gekomen is speleo zonder aangepast materiaal gewoon gekkenwerk geworden. Om maar te zeggen: 7 uur rijden naar het noorden van Japan om dan de nacht door te steken in de ondergrond in allesbehalve comfortabele omstandigheden, om dan opnieuw 7 uur te vechten tegen een wagenziekte. Waar is een mens soms mee bezig…
Ter verduidelijking (want nu vind ik dat echt wel nodig): ik deed dit alles uit vrije wil ;-)

Tuesday, June 20, 2006

Speleo- impressies

Afgelopen weekend bezocht ik de deels toeristische grot “Kawachi-no-Kazaana” in Taga-cho Inugami-gun Shiga-ken. Een mondvol voor dit ruim 7 km lang, driedimensionaal labyrinth. Een groep van een dertigtal Japanse speleo’s nam deel aan het project dat nu al een aantal jaren loopt: de grot volledig in kaart brengen.
Het werd een weekend met een waaier vol impressies. Die je vaak alleen als speleo kan ervaren of opmerken. En die ik in enkele flitsen probeer te beschrijven…

“Grotligging”

Grotten bevinden zich in streken waar veel kalksteen is. Veelal zijn dat schaars bebouwde, heuvelachtige gebieden. Soms met ruwe rotsen, soms badend in het groen. Waar de moderne mens nog maar amper is doorgedrongen. Waar de tijd net iets trager tikt.
Hier waren er massa’s rijstvelden, met hier en daar dicht beboste heuvels met talrijke rivieren.

“Internationaal”

Als je wat met een Japanse fanatieke gatenkruiper spreekt, komt het gespreksonderwerp altijd wel ergens bij een gemeenschappelijke kennis of grot terecht van een of ander ver land.

“Auto’s”

En ja, de speleo’s kwamen van heinde en ver. Ieder met zijn Japanse break. Om al het materiaal gemakkelijk in weg te kunnen steken. Of om in te kunnen slapen.

“Fanatiek”

Een nachtje rijden… om een weekendje speleo te kunnen doen… om bij momenten wat in modder te kruipen.

“Slaapplaatsen”

Slapen in goedkope en niet-standaard plaatsen. Dit was mijn eerste overnachting in een natuurhistorisch museum. Een groot opgezet dier dat plots lawaai maakt wanneer je er rond middernacht voor passeert (in een godverlaten museum) is toch wel een aparte ervaring.

“Misleiding”

Toeristen met mooie ondergrondse foto’s lokken naar je grot. Terwijl die foto’s genomen zijn op een plaats waar die toerist niet kan geraken… Wat ze wel te zien krijgen, is een grote zaal vol rotspuin…

“Voorzichtigheid”

Een bepaalde passage weigerde ik op te klimmen, omdat, bij het terugkeren, de afdaling van die passage te risicovol zou zijn zonder touw en zonder degelijke kledij en schoeisel. Ik heb geen zin om nu domme blessures op te lopen, een maand voor de Picos-expeditie…

“Frustratie”

De gids verdwaalde. En ze wilde wachten tot een andere groep ons pad kruiste en ons kon helpen. Logische gedachte, ware het niet dat ik 100% zeker de uitgang kon terugvinden. Waar ik een pak argumenten voor haar aanhaalde, zoals beschrijving van passages en van handelingen die anderen hadden uitgevoerd op bepaalde punten. Zelfs het opmerken van speleo’s toen ik zelf richting uitgang ging om dan nog meer argumenten te kunnen aanhalen, kon haar niet overtuigen. Ze bleef vastgepind op haar besluit…
“David, you are right” vond ik een behoorlijk magere troost, toen er uiteindelijk hulp opdaagde bij haar geroep en ze haar de weg toonden die ik al een tweetal uur probeerde duidelijk te maken.

“Uitdaging”

De halogeenlamp van mijn verlichting was gesprongen. En niemand had een reserve voorhanden. Het enige wat ik dan nog kon gebruiken, was een mini-zaklamp die iemand mee had. Een doosje lucifers is misschien nog minder handig, maar het zal toch niet veel verschil uitmaken…

“Groepsgeest en efficientie”

7 groepen die, zonder discussie, de orders van de organisator uitvoeren. Resultaat na 1 dag hard werk: bijna 200m extra van de grot is opgemeten.

“Discipline”

Nog jaren een gekend deel van de grot willen opmeten (toch aan dit tempo), terwijl een nieuw (en mijns inziens heel groot) stuk smeekt om ontdekt te worden…

“Originaliteit”

Een opengesperde drakenmond waar enkele LEDjes in zaten was gemonteerd op een helm. En telkens wanneer je die verlichting aanstak, kwam er een brulgeluid uit die mond.

“Babylonisch”

Soms waren er wat communicatieproblemen: stelde ik een vraag, kreeg ik het antwoord op een andere vraag. Zo wilde ik weten hoe ze wisten dat er twee onafhankelijke rivieren waren in de grot. Of ze soms met bepaalde kleurstoffen een test hadden gedaan. Ik heb die vraag zitten her-, en her-, en herformuleren. Het enige wat ik er uit kreeg was dat “water has nice blue color”. Uiteindelijk heb ik maar “yes, very nice” geantwoord. Ach ja, we doen ons best om elkaar te begrijpen…

“Reisgevoel”

‘s Nachts het lichtballet van honderden vuurvliegjes aanschouwen op de rijstvelden, met op de achtergrond een koor van duizenden kwakende prins(ess)en die nog gekust moeten worden. Dan besefte ik echt wel dat ik aan de andere kant van de wereld zat…

Wednesday, June 14, 2006

Kunst en cultuur

Steeds opnieuw sta ik verbaasd over de alomtegenwoordigheid van de kunst in Japan. Zowel modern als traditioneel. Regelmatig zie ik een zoveelste boysbandgroepje met hun clichématig gezang en geacteer de jonge vrouwelijke omstaanders het hoofd op hol brengen. In de parken merk ik ook veel aquarellers en potloodtekenaars op, elk met hun eigen stijl. En dan zijn er natuurlijk de kleurrijke en stijlvolle tempelcomplexen, de tuinen, de mannen en vrouwen in traditionele kledij en de ateliers en winkels volgestouwd met specialiteiten van het huis.

Hier is de kunst ook nog een echte industrie. Een broodwinning. Hier voel je dat je nog iets van waarde vasthoudt in een zoveelste souvenirwinkel, ook al klinkt het misschien contradictorisch dat zaken voor de massa meer dan alleen oppervlakkigheid te bieden hebben.
Lakwerk, textielverven, keramiek, houtbewerking, kalligrafie, … blijkbaar is er echt wel een binnenlandse markt voor, want je ziet hier maar weinig buitenlanders…

Het feit dat Japan zich zo lang gesloten hield van de buitenwereld (behalve voor de Nederlanders!) heeft echt wel gemaakt dat ze naast een eigen kunst ook een eigen cultuur hebben opgebouwd. De “val elkaar niet lastig”-filosofie valt me daar het meest in op. Je hoort niemand op straat of in de trein luid spreken. En de mensen zijn heel vriendelijk en behulpzaam (toch naar mij toe). Hier ben je koning, zelfs al ben je geen klant. En ik heb de indruk dat iedereen hier wordt verdragen…
Over de positie van de vrouw - aan de haard, belle-soi’ent en tais-toi’ent - kan ik mijn vooroordelen noch bevestigen, noch ontkennen. Het laatste “women-only” wagonnetje aan de trein is natuurlijk wel een feit…

Thursday, June 08, 2006

Jachtseizoen

Mijn laptop leeft weer! En ik heb geen amputatie van cruciale gegevens moeten uitvoeren. De (vaak verguisde) Shinto-god van de Microsoftware heeft mijn gebed verhoord (lees: gevloek aanhoord). Of misschien maakte mijn gepruts het verschil? In ieder geval: wat een opluchting! Zeker nu ik in een nieuw appartement zit, met internet deze keer. Heb ik eindelijk weer mijn venster op de wereld. En een directe (skype)lijn met thuis.

Mijn nieuw appartement ligt vlakbij het station Shin-Yurigaoka. In een levendige buurt met heel wat American size department stores en met enkele gezellige resto’s. En er is zelfs een sportcentrum. En dat alles op nog geen half uur sporen van Tokyo. Dus eindelijk behoren avondlijke weekuitstappen tot de mogelijkheid. Ja, hier zit ik goed tot het einde van mijn verblijf.

Dit weekend is mijn souvenirjacht gepland. Gewoon omdat ik alle andere weekends niet direct in een bewinkelde omgeving ga zitten. Eerder op of in de bergen.
Dus nu leef ik onder een gigantische druk (ahem) en zullen enkele slapeloze nachten dan ook mijn deel zijn (hoestkuch), vooraleer ik het antwoord weet op volgende vraag van 1 miljoen: wie zou ik met wat kunnen plezieren (of opschepen)? Ook voor mezelf: deze blog en een massa digitale foto’s zijn mijn mooiste herinnering, maar het blijft toch een beetje etherisch.

Gezien de beperkte capaciteit van mijn rugzak heb ik een stenen tuin-ornament, een dozijn koi-vissen, een sexy geklede Japanse juffrouw en een grote, rode toegangspoort tot een Shinto heiligdom uitgesloten. Maar zelfs dan nog is de keuze aan typische zaken behoorlijk uitgebreid: een samoeraizwaard, een houtgesneden pop, papieren parasols, Japanse keramiek, lampionnen, een kimono, maskers, houten sandalen, waaiers, een boeddha-beeldje, een boek over Japans koken of over origami, handgemaakt papier, diverse geluksamuletten, … Zeg maar l’ambarras du choix.
Hopelijk wacht het regenseizoen tot na dit weekend, zodat ik wat kan souvenirjagen in Kyoto…

Tuesday, June 06, 2006

Nikko










Monday, June 05, 2006

Just a perfect day

Rijkelijk gedecoreerde gebouwen gelegen in een met statige ceders bezaaid heuvelachtig woud. Zo kan ik het best het Nationaal Park van Nikko beschrijven. De meest indrukwekkende collectie heiligdommen die ik tot nu toe in Japan heb mogen bewonderen. Werelderfgoed, of wat dacht je. 2 jaar lang werk voor 15.000 man. Ik vraag me af hoe je in de 17de eeuw zoiets uberhaupt coordineerde.
Er bestaat een Japans spreekwoord dat zegt “Nikko wo minakereba "kekkō" to iu na”. Vrij vertaald: Nikko zien en dan “genoeg” zeggen. “Genoeg” omdat het echt wel niet beter, mooier en indrukwekkender kan. “Genoeg” omdat trop echt wel te veel kan zijn. Nu heb ik echt wel het gevoel dat ik tempel- verzadigd ben…

Ik was zo geabsorbeerd van dit alles dat mijn maag het afgelopen zondag maar moest doen met wat mijn ogen en oren hem te eten gaven. Gelukkig was ik anderhalve maand geleden niet begonnen met een bezoek aan Nikko, denk ik nu. Wie weet zou ieder ander heiligdom maar een teleurstelling zijn, zou ik een excuus moeten zoeken a la “ieder heiligdom is anders, appels en peren zijn niet te vergelijken”.

Een hoogtepunt van die extravanganza aan kleuren en detailbewerking was voor mij de Yomei-Mon poort. Om een idee te geven: de makers hadden opzettelijk een van de zuilen van die poort omgekeerd bewerkt, omdat die anders in hun ogen perfect zou zijn, wat dan de toorn van de goden kon opwekken.
Maar eigenlijk mochten ze een constructiefout gestoken hebben in ieder bouwwerk. Iedere vierkante centimeter is versierd. Twee en een half miljoen stukjes bladgoud. Tussen de diverse schilder- en beeldhouwwerkjes door.
Ook zaten er enkele komische elementen in. Aapjes afgebeeld in een “see no evil - hear no evil - speak no evil”-positie. Of een olifant die gemaakt was door een kunstenaar die er duidelijk nog nooit ene van dichtbij had gezien.

Of het complex in Nikko kunst of kitch is laat ik aan het Oordeel van specialisten over. Voor mij telt enkel het wauw-gevoel dat ik nu nog steeds heb. Zelden heb ik zo’n harmonie ervaren tussen architectuur en natuur. Waar het kleurenpallet van de bijwijlen geflipte constructies samenging met de mysterieuze sfeer van het mistig groene cederwoud. Ik genoot toen al van de herinnering aan een dag die nog niet afgelopen was: mijn definitie van een “perfect day”.

Friday, June 02, 2006

Kamakura









Bezenningsdagen

OK, de laatste week had echt wel zijn verrassingen. Vorige vrijdagavond, die wat anders verliep dan verwacht, veroorzaakte een speleo-loze tweedaagse. Vergelijk het gevoel met dat bij de tennismatch Federer-Nadal, waar je al dagen zit naar uit te kijken, om dan 5 minuten voor de match begint te horen dat iemand geblesseerd is…

Dus gauwgauw koos ik met behulp van het blauwe boekje (de Lonely Planet) een andere bestemming: Kamakura. Zaterdag was het er net iets natter dan in Belgie. Met dank trouwens aan mijn supergrote en –rode ogenprikker (ook gekend als “paraplu”) voor het droog houden. De kans op regen is hier duidelijk groter in de weekends. Maar dat lijkt me niet een typisch Japans fenomeen.
Neem een heuvelachtige omgeving vlakbij de zee en verspreid over dit ganse gebied at random een massa tempels en je hebt Kamakura. In een ver verleden hoofdstad geweest van dit draakvormige land. En hoofdstad van de Zen: 3 van de 5 belangrijkste tempels zijn daar gelokaliseerd. Al vraag ik me af op wat ze de ranking baseren: al zeker niet op schoonheid, grootte of drukte…
De stortregen maakte effectief dat ik daar de rust kon ervaren, kon wegmijmeren in de diepere gedachten des levens. Ook de omgeving hielp wel mee: wandelen in het grote Entenbos dat de stad omringde. Om dan achter de zoveelste Boombaard-lookalike opnieuw een verborgen tempelpareltje te vinden.
Een paar dagen daarvoor had ik een avondlijk onderonsje met een Japanse kunstenares. Ze toonde me een aantal van haar boom-potloodtekeningen. En toen dacht ik echt dat die volledig uit haar fantasie waren ontsproten, dat die onmogelijk realistisch konden zijn.

En dan deze week de computercrash. Behoorlijk onpraktisch: geen muziek, foto- en tekstverwerking, Paint Shop Pro, thuisinternet, Messenger of Dreamweaver die me ‘s avonds vaak entertainen. Hoe afhankelijk een mens toch soms is van zo’n bakje. Al zeker wanneer die andere lichtbak (TV) ook al niet veel te bieden heeft. Op baseball na. En binnenkort ook op wat nachtelijk voetbal na…

Gisterochtend kreeg ik een hele serie emails van het speleothuisfront… over Ke. Een Vietnamese speleo waar ik ook nog de ondergrond mee heb verkend. Hij was verdronken in Laos… toen hij dacht dat zijn speleocollega moeilijkheden had… en hij hem probeerde te redden…

Precies the bad news week… en hoe relatief sommige probleempjes toch kunnen zijn…